Macht

Ik sta tegenover Joep, mijn arm uitgestrekt met mijn handpalm naar boven. Joep is 10 jaar en hij heeft een mes in zijn handen. Hier met dat mes, zeg ik rustig tegen hem. Ik ben 19 en heb een ijzeren geduld. Hij kijkt boos en verbeten naar me op. Hij zegt niks, maar zijn ogen spugen “Nooit!”.

Akela kijkt me even aan en als ik zacht knik, schuift ze langs ons heen het staflokaal uit. Ik blijf achter met Joep van het bruine nest en Akela gaat vast naar de rest van welpen.

We hebben de afgelopen maanden al eerder zo tegenover elkaar gestaan, dus ik doe geen poging meer om het Joep uit te leggen. Afspraak is afspraak. Wie een mes meebrengt naar de clubochtend levert dat bij binnenkomst in en krijgt het na afloop weer terug.

De eerste keer dat Joep het zakmes meebracht vertelde hij heel trots en stoer dat het een cadeautje was van zijn peetoom. We hebben het met z’n allen uitgebreid bewonderd, maar daarna ook aan de hele groep duidelijk uitgelegd dat hij het niet meer mee kan brengen. Maar hij is zo verdomd eigenwijs en koppig. Ik ben het zat. We zullen eens zien wie deze stille strijd wint.

We horen dat de rest al begonnen is met de openingsceremonie. Als het moet, blijf ik hier tot 12 uur staan en gaan ze zonder ons een speurtocht doen in het bos. Blijkbaar straal ik dat ook uit, want Joep begint ongemakkelijk te wiebelen op zijn benen. Hij kijkt wat onzeker en legt dan toch aarzelend het zakmes in mijn hand. Pas als hij het loslaat ontspan ik en sluit mijn vingers om het mes. Dank je wel. Als je je verder goed gedraagt krijg je het aan het eind van de ochtend weer terug. Zo niet, dan komen we het deze week bij je ouders afleveren.

Joeps ogen schieten opnieuw vuur bij het noemen van zijn ouders. Dan gaat hij naar de groep. Wij worden vandaag geen vriendjes meer.

De volgende ochtend word ik vroeg wakker. Ik kijk op de wekker, het is pas 5 uur. Ik voel me onrustig en vraag me af wat er aan de hand is. Mijn gedachten gaan terug naar Joep. Iets zit me niet lekker aan die confrontatie met hem. Ik snap niet waar dat vervelende gevoel vandaan komt. We hadden als leiding van tevoren duidelijk afgesproken dat we het niet zouden tolereren als Joep zijn mes weer zou meebrengen en daar sta ik nog steeds achter.

Toch knaagt het nu. In gedachten zie ik de hele film weer langs trekken. Ik zie Joeps gezicht en elke keer als de trekken rond zijn mond verbetener worden, word ik ook standvastiger. Ik weet dat ik de strijd zal winnen.

Plotseling voel ik dat mijn maag zich omdraait. Ik besef ineens wat me dwars zit. Ik voel het schaamrood naar mijn wangen trekken en durf het bijna niet eens toe te geven aan mezelf:
Ik vond het lekker, ik genoot van de macht die ik had over Joep.
Elke vezel in mijn lijf schreeuwt “dat kan niet, dat mag niet”. En ik denk: dat zal ook nooit meer gebeuren. Er wacht een moeilijk gesprek met Akela.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.