Verdwaald

Het is zo stil achterin de auto, dat is nog nooit voorgekomen. Ben ik Jack vergeten? Als ik achterom kijk zie ik hem liggen in de bench. We zijn bijna in Holwerd. Hij gedraagt zich voorbeeldig. 

De overtocht naar Ameland vindt hij net als de vorige keer best spannend. Het brommende geluid van de motor, allemaal vreemde mensen om ons heen en de grond beweegt!. Dus eenmaal op het eiland is hij niet zo rustig meer.

Het korte busritje van de haven naar ons appartement levert extra stress op en Jack wil bij elke halte uitstappen. Dat wil ik zelf eigenlijk ook wel, een stukje lopen is voor ons allebei goed. Maar ik sleep naast Jack ook zijn reisbench en een kleine koffer mee.

Eenmaal in ons appartement voor de komende dagen zijn we allebei onrustig, dus lijkt het me een goed plan om even lekker samen op ons gemak naar het strand te wandelen. “Ik weet de weg nog wel door het Nesserbos.”, denk ik.

“Op ons gemak naar het strand“ blijkt een bijna onmogelijke taak. Ik weet niet of het komt door zijn stevig gespierd lichaam of het lage zwaartepunt van een teckel, maar wat zit er een trekkracht in dat beest. En ik weet inmiddels dat hij alleen maar harder gaat trekken als ik niks doe, dus ik moet hem daaruit halen.

Ik loop precies de andere kant uit dan waar Jack naar toe wil en sla willekeurig dan eens links en dan weer rechts af. Langzamerhand wordt het pad een paadje, een spoor, een stuk platgetrapt gras, niks meer. Ik kijk om me heen en zie dat we op een klein heuveltje staan en onder ons loopt weer een breder pad. Om daar te komen moeten we een paar struikjes door en dan een metertje steil naar beneden. Jack heeft geen moeite met de afdaling, maar ik hang aan de andere kant van de lijn en als Jack beneden is en met volle kracht vooruit gaat sta ik nog te wankelen op de steile helling. Ik blijf maar net overeind.

Als ik Jack weer beteugeld heb kijk ik om me heen. Ook hier lijken alle paden op elkaar, ik ben hopeloos verdwaald. Met google maps probeer ik mijn route te bepalen maar de meeste bospaden staan niet op de kaart. We blijven dwalen. Af en toe raadpleeg ik de kaart, maar het juiste pad vinden heb ik al opgegeven. We zouden nou toch wel weer bij de rand van het bos moeten zijn? Ja, daar zie ik door de bomen wat mensen fietsen. Dat moet de strandweg zijn, want meer wegen lopen hier niet, en dan zijn we bijna op het strand.

 We lopen nog een klein stukje verder en dan zijn we het bos uit. Ik sta verdwaasd midden op de weg. Strand? Helemaal geen strand. We zijn precies op de plek waar we begonnen zijn.

Ik haal even diep adem. “Oké, nieuwe poging, maar dan nu zonder onbenullige afslagen.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.