Ongeschikt

Het is 7 uur. Terwijl ik de wekker afzet voel ik de knoop in mijn maag al. Vandaag ga ik voor het eerst zonder begeleiding een intelligentietest afnemen. Ik loop al een paar maanden stage bij de schoolbegeleidingsdienst en alhoewel ik er zelf niet in geloof, vertrouwen ze me blijkbaar genoeg om zelfstandig een kind te testen.

Ik  bind mijn tas op de fiets en zet de koptelefoon op mijn hoofd. In mijn Walkman zit een bandje met muziek van Paul Simon, muziek om flink door te trappen.

Ik raak vaak in de war als ik door de stad fiets en ik vind het spannend. Ik ben niet té vroeg vertrokken maar kan ook niet voorspellen hoe lang ik er over ga doen. Als ik maar eens voorbij het ziekenhuis ben, dan rijd ik zo de stad uit richting Hilvarenbeek.

Ik fiets door straten die ik niet herken en probeer te spanning te negeren. Ik sla rechts af en weer links en dan zie ik het ziekenhuis.  Er ontsnapt een zucht van verlichting, die horde is genomen.

Buiten de stad zing ik mee met Paul: “I’m going to Graceland, Graceland, Memphis Tennessee”  en ik wou dat het waar was. Ik kijk op mijn horloge, ik mag wel doorfietsen als ik alles wil klaarzetten voordat de school begint. Ik zet een tandje bij om in het tempo van de muziek te komen.

Peter is een jochie van een jaar of 7 en hij heeft moeite om mee te komen met de rest van de klas. De leerkracht twijfelt of Peter last heeft van aandachtsproblemen en daardoor problemen heeft met leren, of juist andersom. Een intelligentietest kan daar wellicht een antwoord op geven.

Ik begin weer zenuwachtig te worden. Ik ken de onderdelen van de test en weet hoe ik alles moet scoren, maar dat is toch anders dan de test echt afnemen. Tot nu toe kon ik meekijken maar als ik het zelf doe moet ik aan alle dingen tegelijk denken. En ik ben niet gewend om met zo’n jonge kinderen om te gaan, ik word altijd een beetje verlegen en nerveus van ze. Niet echt handig als je kinder- en jeugdpsychologie studeert, maar aan die gedachte heb ik nu niks. Ik wil alleen niet dat Peter slecht scoort op de test omdat ík het niet goed doe.

Bij de school aangekomen loop ik met licht trillende knieën het schoolplein op en zet mijn fiets in de fietsenstalling. Ik vind de leerkracht in de koffiekamer en zij laat me de schoolbibliotheek zien. Daar kunnen we ongestoord zitten voor het afnemen van de test.

Ik leg alles klaar en nadat de bel gegaan is wacht ik tot alle kinderen naar hun klassen zijn.

Dan is het tijd op Peter op te halen. Ik loop naar zijn klas en klop zachtjes op de deur. De leerkracht wenkt me binnen en zegt tegen Peter dat hij met me mee mag gaan.

Peter loopt enthousiast met me mee. Hij merkt niks van mijn spanning.

In de bibliotheek wijs ik hem waar hij mag gaan zitten. Ik had bedacht dat hij het beste met zijn rug naar de deur kon zitten en ik met mijn rug naar de boekenkast.  Dat was geen goed idee. Zodra Peter zit begint hij meteen de boekenkast te bestuderen en de kleuren van boeken te benoemen.

Ik leg hem kort uit wat we gaan doen. Hij is zo druk bezig met alles wat hij om ons heen ziet, dat ik me afvraag of hij me wel gehoord heeft.

Ik begin toch maar met het eerste onderdeel van de test. Ik tik met mijn pen op tafel naast de plaatjes van de test om zijn aandacht te trekken. Gelukkig lukt het Peter om een paar opdrachten uit te voeren. Hij zit inmiddels wel regelmatig achterstevoren op zijn stoel.

Bij een aantal onderdelen van de intelligentietest is snelheid ook belangrijk, en het  volgende onderdeel is daar een van.  Ik leg uit wat de bedoeling is, maar Peters ogen springen nog steeds van kast naar kast, van boek naar boek.

Ineens kijkt hij me recht in de ogen. “Ja” denk ik, “we kunnen” en snel druk ik de stopwatch in. Ik geef hem de eerste opdracht, maar hij blijft me aanstaren zonder wat te zeggen. Ik voel een lichte paniek opkomen. Zou het oké zijn om de tijd te stoppen en opnieuw te beginnen?

Dan vraagt hij ineens “Ben jij nou een jongen of een meisje?”

Ik ben even uit het veld geslagen door zijn vraag. Maar nog steeds geconcentreerd op de test zeg ik “een meisje” en wil snel verdergaan want de tijd loopt. Dan kijkt hij nog eens goed en stottert een beetje als hij zegt “M-m-maar, je hebt een snor.”

Sprakeloos zet ik de stopwatch stil. Wat moet ik hier nou mee?
Langzaam begin ik mijn spullen in te pakken.

Nu weet ik het zeker, dit is niks voor mij.

2 gedachten over “Ongeschikt”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.